Wat proef ik?

Bij Het Spectrum verscheen afgelopen maand het boek “Wat
proef ik?” met de ondertitel “wijn is zoveel lekkerder als je er meer van weet”
en geschreven door Peter van der Meer en Frederike van Oostveen. De omslag en
de binnenflap geven de informatie waar het om gaat. Het is opvallend dat
Gerhard Horstink dit boek een waardige opvolger vindt van Albert Holtzappel’s
“Dat is wijnproeven”. Helaas is dat naar mijn idee zeker niet het geval. Het is
een leuk boek, maar bij lange na niet zo goed als het boek van Holtzappel en
ook zeker niet zo goed als het boek van Cees van Casteren “De smaak te pakken”.
Persoonlijk hoop ik dat er snel een gewijzigde druk komt van dat laatste boek.
Dat geeft heldere informatie over de druivenrassen en de smaakstijlen. “Wat
proef ik?” heeft met name een aantal zeer verhelderende illustraties en geeft
de belangrijkste geurgroepen weer. Verder heb ik de meerdere passages met enige
bedenking gelezen. Ik vermoed dat er Het Spectrum geen wijndeskundige de
teksten heeft laten doorlezen. Zo is het stukje over de productie van Champagne
erg onduidelijk dat het neigt onjuist te zijn als er geschreven staat “Het
gegiste druivensap wordt in de fles gestopt………….” De indruk zou gewekt kunnen
worden dat het druivensap op dat moment nog gist en dat is onjuist. Ook de
opmerking dat Champagne een bewaarwijn is, is niet per definitie waar, want de
meeste Champagnes moet je ook binnen enkele jaren drinken, tenzij het gaat om
de betere producenten, de Champagnes van één oogstjaar, etc. Verder heeft het
me verbaasd dat er wel iets over Grappa wordt geschreven, maar niet over andere
distillaten, zoals Cognac of Armagnac.
Oude stijl vs nieuwe stijl
De schrijvers geven naar mijn idee een oud beeld van de “oude stijl’ in de oude wereld. De omschrijving is, zeker voor Bordeaux, van toepassing op een deel van de productie. Ik vraag me af hoeveel producenten gebruik maken van spontane gisting en of lokale gisten. Ook is een groot deel niet bedoeld om weg te leggen en dat is grotendeels in de Rhône niet anders. Het gegeven beeld betreft de betere wijnen en dat is helaas verzuimd aan te geven.
De schrijvers gaan echter helemaal de mist in als ze aandacht besteden aan Bordeaux. In de tekst staat “Naast de algemene appellations kent Bordeaux ook nog, analoog aan Bourgogne, lokale appellations, om de beste wijngaarden te onderscheiden.” Waarna de schrijvers vervolgen: “Op de linkeroever worden de volgende appellations gebruikt: premier (1e) grand cru….” etc. Dat is echter volledig onjuist! Premier Grand Cru is namelijk geen appellation, zoals in Bourgogne, maar een aanduiding uit een klassement, zoals verder in het hoofdstuk wordt uitgelegd. Verder is het vreemd dat bij Spanje niet Priorato als tweede DOC wordt genoemd en zo is er nog wel meer te melden.
“Wat proef ik?” is leuk om te lezen, maar amper een aanvulling op de bestaande wijnboeken te noemen. Een gewijzigde druk van “De smaak te pakken” is welkom!
Chris Alblas
Posted: vrijdag - juni 04, 2010 at 11:55 AM